In een rommelig interieur zit een man aan een tafel waarop een lessenaar is geplaatst, met links een venster waarin glas in lood. Met een pen in zijn rechterhand wendt hij zich naar een jongen rechts van hem, die een aardewerken kom in zijn handen houdt. Voor de tafel staan allerlei voorwerpen, waaronder een hutkoffer, een grote kruik, boeken en papieren. Ook de tafel ligt vol folianten en papieren, waarnaast een grote globe staat. Links in de achtergrond zit een vrouw met naaiwerk op schoot; ze kijkt naar een jongen die bij een rieten mand knielt.