Een aquarel uit een serie van zes stuks; vervaardigd door J.A. Langendijk dat de mode toont uit het jaar 1809; afbeelding van een vrouw en man; de vrouw draagt een witte jurk met pofmouwen en aan de onderarm een losse mouw; de jurk heeft een geplooid randje langs het decolleté; de jurk heeft aan de onderzijde drie rode horizontale randen, waarvan de middelste ononderbroken is; ze draagt een loshangende breed versierde sjaal over haar schouders en in haar hand heeft ze een buideltasje aan een lang koord met rode borduursels; ze draagt een blauw hoedje met rode versieringen dat door middel van een lint onder haar kin gestrikt is; de man draagt een blauw-grijze pandjesjas met revers en dubbele rij knopen, een witte blouse met opstaande kraag, een hoge hoed ; en een nauwsluitende broek; de vrouw draagt platte schoenen en de man draagt laarzen.