Afbeelding van een vrouw in streekdracht van Zuid- Holland; de vrouw draagt zwarte schoentjes met gesp, een wijd uitstaande rok van vertikaal gestreepte stof waarbij de enkels zichtbaar zijn en daarboven een zeer (hoog gesloten) getailleerd lijfje dat met in punt op de taille toeloopt; aan het eind- en op de halflange mouwen is blauw lint opgenaaid; ze draagt een blauw-witte schort; op haar hoofd heeft ze een ondermutsje waar nog een gedeelte van een gouden oorijzer zichtbaar is; op haar hoofd een hoed met een enorme grote rand en de hoed is gestrikt met blauwe linten onder de kin; boven de afbeelding staat Pl.IV.