Franse modeprent; afbeelding met als onderschrift "LE SALON. Moniteur des Modes Parisiennes. Fevrier 1860”; in een interieur bevinden zich vier dames, waaronder een bruid, zittend op een stoel; ze draagt een crinoline- japon waarvan de laag ingezette pagodemouwen open vallen, waardoor je de geplisseerde rand aan de binnen- en onderzijde kunt zien; daaronder witte ballonvormige ondermouwen; bij de inzet van de mouwen zijn strikken bevestigd; het lijfje van de japon is zeer getailleerd en hoog gesloten; aan de voorzijde zijn, in verticale lijn, rozetten bevestigd ter versiering; in de taille is een strik te zien waaronder twee lange versieringen van kant; boven de halslijn steekt een klein kraagje van ruches; de bruid draagt pijpenkrullen langs haar gezicht en de rest van het haar is naar achteren gewerkt met aan de onderzijde, in de hals versieringen; een lange sluier completeert het geheel; de dame links draagt een paarse crinoline japon met veel volants op haar rok; de schouderlijn is laag en het lijfje heeft een V-hals met een lila frontje; onder het mouwkapje is een pofmouw te zien, afgezet met verticale gekleurde banen; de dame draagt armbanden en in haar hand een boeket; haar haren zijn nar achteren gewerkt en ze heeft rode versieringen in haar haren; bij de dames rechts is duidelijk te zijn hoe het kapsel is bewerkt; de dame in roze heeft halve pagodemouwen en draagt een waaier; rechts is een tafel te zien waarop een boekje op een zakdoek ligt; op de achtergrond is een draperie te zien, een kroonluchter en uitzicht naar buiten.