Prent uit een serie afbeeldingen waarop de mode van de werkende stand is getekend; op deze afbeelding staan twee mannen; de man links draagt klompen en grijze kousen die erg ruim zijn; hij draagt een bruin werkjasje op heuplengte en draagt een witte schort; om zijn hals is een roodwit gestreepte doek geknoopt; zijn haar heeft hij in een staart en op zijn hoofd draagt hij een slappe tricorne; in zijn mond heeft hij een pijp; zijn hand leunt op een houten schop die op de grond staat; de man rechts draagt witte kousen en een witte kniebroek met wijde rechte broekspijpen; daarboven draagt hij een vest en rond zijn hals een witte halsdoek; hij draagt een blauwe jas tot over de heup en een grote mand op zijn rug die aan banden rond zijn schouders hangt.