Dessus-de-porte met gewelfde bovenkant en (hol-) gewelfde onderkant. Naar voren zittende vrouw (hoofd half naar rechts) in blauwe en geel-oker kleding die de schouders en het grootste deel van de borst onbedekt laat. In de hand van haar naar voren gestrekte linkerarm houdt zij een olijftak; achter haar linkervoet ligt een omgevallen, zilveren beker; achter haar (midden en rechts) een bruin gordijn. Linksachter zit (naar links, half op de rug gezien) een naakte man met wilde haren en op de rug gebonden handen; hij kijkt over zijn linkerschouder. Voor en achter hem: trommel helm, kanon, lans, vaandel etc. Middenvoor, naast het rechterbeen van de vrouw, ligt een hoorn van overvloed, waaruit vruchten en horenhalmen 'stromen'. Het bijbehorende schoorsteenstuk is gesigneerd en gedateerd 1730.